Interview en verslag: Dick van de Kamp
Gepubliceerd op Geheugen van Zeist juni 2016
Het verhaal van Sijke Pool. “Ik heb één baan gehad en ontzettend veel meegemaakt”
Naam: Sijke Pool
Geboren: te Marum (Groningen) op 23 juli 1924
Beroep: ambtenaar bij de Gemeente Zeist van 1943-1985
Als ik me meld op de Julianalaan 46 staat alles al klaar. De koffie en thee in een thermoskan en natuurlijk koekjes. Sijke zit uiteraard in haar eigen stoel met goed uitzicht op de straat. Ik ben 20 jaar jonger maar mag ik “jij” zeggen?
Graag hoor.
In 1940 zijn wij in Zeist op de Julianalaan 46 komen wonen. Ons gezin kwam uit Marum in de provincie Groningen, vlakbij de grens met Friesland.
Dan woon je hier dus 76 jaar!
Dat klopt. Je kunt wel zien dat je een goede lagere school hebt gehad. Wel hetzelfde huis maar niet aan dezelfde laan. In de oorlog mocht “Julianalaan” niet meer. Dat werd toen “Siberieweg”.
Ik heb op het Chr. Lyceum Franse les gehad van meneer Pool. Is dat familie?
Ja, dat was mijn broer Klaas. Mijn andere broer, Piet, was o.a. directeur van het distributiekantoor van de gemeente. In de oorlog had je distributiebonnen nodig om kleding en voedsel te kunnen kopen.
In Marum heb ik Mulo B gedaan, omdat ik goed kon leren mocht ik naar het Chr. Lyceum in Zeist, aan de Lindelaan. Ik heb daar Gymnasium B gevolgd. Eén van mijn leraren was meneer Samson. Ik herinner me dat hij geweldig boos werd. En in dit geval niet op ons. Je moet weten dat Duitse soldaten het sportveld achter de school gebruikten. Ze marcheerden langs ons lokaal en zongen uit volle borst. En Samson ontstak in grote woede, kan ik wel zeggen. Hij deed een raam open en spuugde naar buiten en naar beneden, want onze klas was één hoog. De sfeer op school was overigens erg anti-Duits.
Kun je daar een voorbeeld van geven?
Wij hadden vernomen dat Prinses Margriet was geboren. Onze klas wilde dat natuurlijk niet ongemerkt voorbij laten gaan. De kleding was volledig in het rood, wit en blauw. Meisjes met een mooie jurk en jongens met een blauw colbertje, rode das en wit overhemd. Er zat een jongen in onze klas die Constant heette. Zijn vader werkte bij de Duitsers. Dat heeft die jongen wel geweten. Hij was wel zo verstandig om thuis te blijven toen wij onze feestkleding aan hadden. En dat vonden wij heel verstandig.
Op een gegeven moment ging het gerucht dat ook vrouwen verplicht zouden worden voor de Duitsers te werken. Dat heette “Arbeidseinsatz” en als je bij de overheid werkte dan hoefde dat niet. Ik begon bij de afdeling Financiën, maar dat vond ik niet zo leuk, eigenlijk. Daarna kwam ik bij de afdeling Onderwijs. Meneer Harkema was de chef van deze afdeling. Een echte Groninger en daar voelde ik me direct thuis.
Door Siem de Man ben ik bij het verzet geraakt. Dat was de leider van de L.O. afdeling Zeist. LO betekent landelijke onderduikorganisatie.
Siem ging nooit over één nacht ijs, er was over nagedacht.Ze wisten uit wat voor milieu ik kwam. Mijn vader en moeder konden goed hun mond houden. Mijn broer Piet zat volop in het verzet. Vandaar dus, ik rolde er zo in. Ik besefte het belang ervan, maar eigenlijk deed ik het werk ook graag.
Het belangrijkste was het werk aan persoonsbewijzen en bevolkingskaarten. Ik kreeg blanco documenten en moest ze zelf invullen. Ik moest zelf namen verzinnen. ’s avonds ging ik naar de familie Banens aan . Daar zat ik dan boven te werken. Je moet weten dat nieuwe documenten voor de gebruikers veel veiliger waren dan de vervalste.
Jan Schep was de grote spil voor dit werk bij de gemeente. Hij heeft het helaas niet overleefd. Zeer velen hebben hun leven aan hem te danken.
Weet je een voorbeeld?
Ja, ik moest nieuwsberichten van de regering uit Londen uittypen. Iemand had illegaal naar de radio geluisterd en aantekeningen gemaakt. Ik werkte dat uit en zorgde voor vermenigvuldiging. Daarna werd het in het gemeentehuis verspreid. We hadden toen ook wethouder v.d. Weerd, die NSB-er was. Hij kreeg ook zo’n vel papier. Hij wist van de hoed en de rand, maar hij maakte er geen misbruik van. Eigenlijk heeft hij er voor gezorgd dat erger werd voorkomen.
Heb je ooit een bedankje of onderscheiding gehad voor je verzetswerk?
Nee, maar dat kwam ook niet bij me op. Vele mensen uit het verzet handelden uit christelijke overtuiging en voelden het als hun plicht. Dan past een onderscheiding niet zo.
Ik heb gewerkt bij de afdeling militaire zaken, daarna bij algemene zaken en toen bij de afdeling bouw (hinderwet en woningwet).
O ja, dat is nog leuk om te vertellen. Bij de gemeente moesten boeren melden als ze een stier gekocht hadden of als er één geboren was. Ik denk vanwege de veiligheid. Enfin, zonder dat ik het wist hadden mijn collega’s mij deze schone taak toegeschoven. Toen er een boer melding kwam doen zeiden de collega’s: “U moet bij Sijke zijn, dat is onze stierendeskundige”.
Regelmatig heb ik de notulen gemaakt van de vergadering van de Gemeenteraad en de Commissies. Dat gebeurde bij toerbeurt.
Heb je daar een opleiding voor gehad?
Nee hoor, al werkende leerde je hoe het moest. De raadsvergadering werd op de band opgenomen en door een blinde meneer uitgetypt, maar soms kwam hij er niet uit. De blanco stukken moest ik dan zelf invullen. Ik woonde de vergadering natuurlijk bij en maakte aantekeningen.
Ik weet nog dat er een felle PvdA’er was die vijf maal zijn standpunt herhaalde. Op een gegeven moment werd hij boos en riep: “ik kan wel ophouden want mevr.Pool legt de pen neer”.
Moest je alleen de Gemeenteraad en de Commissies notuleren?
Nee, ik werd ook wel bij belangrijke besprekingen gehaald bijvoorbeeld met een minister of een staatssecretaris.
Na de grote brand op het Broederplein vonden er gesprekken plaats met het ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk) over subsidie. Staatssecretaris was toen de heer Vonhoff. Hij kwam naar Zeist om de schade te bekijken. Na afloop van het overleg liepen de heren terug van het Slot naar het Broederplein. Het regende en ik mocht meerijden met de dienstauto en ik zwaaide naar de heren als een koningin. De heer Vonhoff vond ik zeer sympathiek en deskundig. Hij bedankte mij zeer nadrukkelijk.
Het meest had ik op met Korthals Altes, een schat van een man. Hij kwam uit Markelo. Toen ik op vakantie naar Twente wilde, kreeg ik een routekaart van hem. Die gooi ik niet weg, dat is een kostbaar souvenir. Wij hadden echt een vertrouwensband met geheime stukken kwam hij naar mij. Ik had ook een hoge dunk van zijn diplomatieke kwaliteiten. En toen mijn vader was overleden was hij aanwezig bij de begrafenis op 2e Kerstdag!
Burgemeester Stolk was weer heel anders. Hij kon niet op mijn afscheidsreceptie zijn, maar ik kreeg wel een hele fijne brief van hem. Zijn opvolger was Eijsink. Een hele fijne vent. Heel capabel en toch gewoon.
Dan denk ik aan van Mastrigt en de Goede. Van Mastrigt, een aardige en energieke man die de stoot gaf tot de ontwikkeling en bouw van Zeist-West. En de Goede, een echte Zeistenaar, die goed naar de mensen kon luisteren en veel voor elkaar kreeg.
Te veel om op te noemen, maar één uitzondering dan. Ik heb ook samengewerkt met Kuin Koekkoek. Hij vroeg wel eens advies, omdat ik veel ervaring had. Zijn vrouw heet ook Sijke.
Ja, Bij de Prot. Chr. Ouderen Bond. Ik zat in de evenementencommissie. Ik heb menige reis georganiseerd.
Vind je het niet jammer dat je maar bij één werkgever hebt gewerkt?
Nee hoor. Ik heb een fijne tijd gehad. Veel afwisselend en verantwoordelijk werk. Ik heb wat voor de gemeenschap kunnen doen en ik kon mijn kwaliteiten benutten. En ik heb met veel mensen contact gehad. Ik zou het zo weer overdoen.