Terug naar overzichtTerug naar overzicht
Marokkaanse gastarbeiders in Zeist

Door R.P.M. Rhoen

Na de Tweede Wereldoorlog begon de wederopbouw van ons land. Om de lonen laag te houden, haalde de overheid de eerste gastarbeiders uit Italië om in de mijnen te werken. De economie trok aan en er ontstond een tekort aan ongeschoolde arbeiders in de industrie. De bedrijven gingen arbeiders werven in de Europese landen rondom de Middellandse Zee.

Na 1960 kwamen steeds meer gastarbeiders uit Turkije en Marokko. De Nederlandse overheid sloot in 1969 een verdrag met Marokko. Nederland beloofde dat de gastarbeiders na twee jaar werken het recht hadden om te blijven en om hun vrouwen en kinderen te laten overkomen. Als gevolg van een stagnerende economie werd in 1975 de werving in Marokko gestopt. De meeste Marokkaanse gastarbeiders gaven er de voorkeur aan om in Nederland te blijven en maakten gebruik van de mogelijkheid tot gezinshereniging.

Marhaban: welkom Marokkanen

Eind 1966 woonden in Zeist 204 Marokkanen. In de afgelopen veertig jaar is dit aantal tot boven de 3000 gestegen (1976: 306, 1986: 1217, 1996: 1473). In de beginjaren werkten de Marokkanen voornamelijk in Zeist bij wasserij Burger, aannemersbedrijf Verschuur, biscuitfabriek Van Doesburg, P. Schoen lakfabriek en Remia (Den Dolder) en buiten Zeist bij kippenslachterij Ahéco (Woudenberg), kippenslachterij Woudenberg (Nijkerk), Heugafelt (Amersfoort), Soester Confectieatelier (Soestdijk), grondwerkerbedrijf Walraven (Lopik), Vrumona (Bunnik), plasticfabriek Arma (Soesterberg) en Gevato (Driebergen). Zij waren zonder bemiddeling van de Directie voor de Arbeidsbemiddeling naar Nederland gekomen.

De Marokkanen woonden in pensions in de 1e Dorpsstraat 26, Emmastraat 89, Herenlaan 45, Julianalaan 14, Koppelweg 10, Professor Lorentzlaan 47, Prins Hendriklaan 6, Van Reenenweg 80, Vijverlaan 11, De Wetlaan 39 en Wilhelminalaan 30, 32, 34, 39 en 51. De werkgroep voor Buitenlandse Arbeiders bracht in mei 1973 onder de titel ‘Buitenlanders kreperen in Zeist’ een zwartboek uit over onder andere hun woonsituatie.

In hun vrije tijd gingen de Marokkanen veel bij elkaar op visite. Zij zochten de gezelligheid binnenshuis met onder meer het maken van muziek. Het contact met Nederlanders was gering, omdat zij de Nederlandse taal niet goed meester waren. De door de overheid speciaal voor hen georganiseerde bijeenkomsten bezochten zij slechts sporadisch. “Het is zeer moeilijk de Marokkaanse gastarbeiders de Nederlandse leefgewoonten aan te leren”, verzuchtte de directeur van de Gemeentelijke Sociale Dienst in 1969. Veel van hen wisten bijvoorbeeld niet wat een wc was. Soms aten ze nog met hun handen. Electriciteit kenden velen ook niet. Door hun primitieve leefwijze en hun agressief gedrag waren zij vaak niet geliefd.

Wasserij Burger aan de Noordweg
Strijkafdeling wasserij Burger aan de Noordweg
Opening Casa Blanca in 1970

De plaatselijke instellingen voor maatschappelijk werk deden eind jaren zestig nog niets ten aanzien van de zorg voor de gastarbeiders. In april 1970 nam de Stichting Buitenlandse Werknemers in Zeist het initiatief tot het oprichten van een ontmoetingscentrum voor buitenlandse werknemers. In het bestuur hadden namens de Marokkaanse werknemers zitting hun landgenoten L. Basta (1937) en A.M. Hammadi (1948). De stichting dacht aan het bieden van een vorm van ontwikkelingshulp, waar ze iets aan zouden hebben als ze naar hun land teruggingen. Men wilde onder andere de analfabeten leren lezen en schrijven. Het ontmoetingscentrum werd gevestigd in het pand op de hoek Slotlaan – 1e Hogeweg. Als naam voor het ontmoetingscentrum was Casa Blanca gekozen. De naam is niet ontleend aan de Marokkaanse stad Casablanca, maar is een vertaling van de naam Het Witte Huis, zoals het pand al decennia lang heette. De opening had plaats op 12 december 1970 door de Marokaanse consul E.F.H. Fihr. In zijn toespraak zei de consul: “Mijn landgenoten komen naar uw land, een compleet ander land als het hunne, met een ander klimaaat, een andere taal, andere tradities en veel andere zaken die het dagelijks leven zo anders maken”. Na een brand in januari 1983 verhuisde het Marokkaanse centrum naar ’t Hollebloc in De Clomp.

Thuis in Zeist

Door gezinshereniging in Nederland in plaats van terugkeer naar eigen land, ontstonden nieuwe problemen voor de Marokkanen. Een rapport uit 1979 van de Provinciale Utrechtse Stichting voor Welzijnsbevordering toonde aan dat zij op het gebied van huisvesting, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening, gezondsheidszorg en op sociaal-cultureel gebied een achterstand hadden.

25 Jaar na het verschijnen van het rapport hebben de Marokkaanse Nederlanders in de Zeister samenleving hun eigen plaats verworven. De eerste generatie dacht hier na een paar jaar werken voldoende te hebben kunnen sparen om in eigen land een bedrijfje te kunnen beginnen. Het is anders gelopen. Kijk maar naar de Marokkaanse winkels in de levensmiddelenbranche op de Johan van Oldenbarneveltlaan, de Oude Arnhemseweg en de Steynlaan. Voorts is er in De Clomp een Marokkaanse moskee gebouwd. Politieke emancipatie is ook bereikt. Driss Ifzaren (1949), een immigrant van de eerste generatie, zat in 2002-2003 voor GroenLinks in de gemeenteraad. Ifzaren in een interview in 2003: “Ik woon nu al zo lang in Zeist dat ik het langzamerhand als mijn eerste ’thuis’ begin te beleven”.

Dit artikel is ook gepubliceerd op www.zeistermagazine.nl